uitzetten

uitzetten
{{uitzetten}}{{/term}}
I 〈overgankelijk werkwoord〉
[buiten iets zetten] throw/put outexpel, 〈uit land〉 deport, 〈informeel〉 throw out
[uitspreiden] spread (out)
[verspreid zetten] set/spread (out)
[op interest zetten] place, put out
[buiten werking stellen] switch/turn off
[uitmeten, aftekenen] measure (out)plot, mark off/out
[in omvang doen toenemen] expandenlarge, 〈langer maken〉 extend
voorbeelden:
1   ongewenste vreemdelingen uitzetten deport/expel undesirable aliens
2   de zeilen uitzetten spread the sails
3   planten uitzetten put plants out, plant seedlings out
     schildwachten uitzetten post sentries/guards
4   geld uitzetten put out money
5   het gas uitzetten switch/turn the gas off
6   een koers uitzetten plot/chart a course
II 〈onovergankelijk werkwoord, wederkerend werkwoord; zich uitzetten〉
[in volume toenemen] expandswell, 〈wetenschappelijk〉 dilate
voorbeelden:
1   door warmte zetten de meeste stoffen uit heat causes most materials to expand

Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.

Игры ⚽ Нужен реферат?

Look at other dictionaries:

  • Zuber — 1. Man muss die Zuber aussetzen, wenn es regnet. Holl.: Men moet zijne tobben (kuipen) uitzetten, terwyl het regent. (Harrebomée, II, 336a.) *2. Ich nehme keinen Zuber, könnt ich ihn (sie) mit einem Löffel ersäufen …   Deutsches Sprichwörter-Lexikon

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”